 |
| |
 |
| Wilt
u meer weten over de slimme trucs die de biologische
fruitteler gebruikt om mooie appels te krijgen? klik hier |
 |
|
|
| |
 |
|
|
Kent u het Europese Bio-keurmerk al? |
|
| Biologisch
is eigenlijk heel slim omgaan met alles wat
leeft. Als je goed zorgt voor de natuur, zorgt
die ook goed voor jou. Planten en dieren krijgen
de tijd om te groeien en de bodem raakt niet
uitgeput. Dus geen kunstmest, geen chemische
middelen en geen gentechnologie. Onkruid wordt
niet platgespoten, maar met maaien, schoffelen
en harken aangepakt. De fruitteler probeert
samen te werken met koolmezen die rupsen eten,
zweefvliegen die bladluizen eten, enzovoort.
Met nestkastjes en bloembedden worden deze helpers
gelokt.
|
|
|
 |
|
|
Duidelijke regels
In het vochtige Nederlandse
klimaat zijn schimmelziektes een grote vijand
van de fruitteler. Om deze te bestrijden mag
de biologische fruitteler spuiten met stoffen
van natuurlijke herkomst, zoals zwavel. Dit
is in Europese regels vastgelegd. Het liefst
gebruikt een biologische teler ook deze stoffen
niet, en daarom worden er veel proeven gedaan
met appelrassen zoals Santana en Topaz, die
een grote natuurlijke weerstand hebben.
25 keer minder belastend
Al met al is biologische
fruitteelt qua bestrijdingsmiddelen 25 keer
zo milieuvriendelijk als gangbare fruitteelt,
volgens een onderzoek van het Centrum voor Landbouw
en Milieu uit 2000.
Andere geconstateerde
verschillen in dit onderzoek:
• betere biodiversiteit (meer dieren en
planten);
• mooier landschap;
• minder afval;
• minder cadmium in het milieu.
Wat betreft water, energie, koper en zink werden
er geen noemenswaardige verschillen tussen biologisch
en gangbaar gevonden.
|
|
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
|